Leverembolisatie

Embolisatie van de lever: TAE en TACE                                                                                    Embolisatie is een lokale behandeling van de leveruitzaaiingen bij NET.  Het is meestal een palliatieve behandeling die wordt toegepast als operatie van de lever niet (meer) kan of zinvol is. Doel van de behandeling is het remmen van de ziekte en/of het verminderen van klachten (die bijvoorbeeld ontstaan door het carcinoïdsyndroom). De behandeling kan vaak bij dezelfde patiënt meerdere malen worden toegepast.Voorwaarde voor behandeling met embolisatie is dat de lever nog redelijk goed functioneert. Er zijn 3 verschillende embolisaties mogelijk:

Trans Arteriële Embolisatie (TAE)                                                                                                             Bij embolisatie worden de kleine bloedvaten rond de tumoren afgesloten met een soort korrels. Tijdens de behandeling worden deze korrels in de slagader gespoten die het bloed naar de lever brengt. Deze stoffen blokkeren de bloedtoevoer met als gevolg dat er geen zuurstof meer naar de tumor gaat. Door deze toevoer af te sluiten kan de tumor niet verder groeien en neemt de omvang van de uitzaaiingen vaak af. Deze behandeling wordt Trans Arteriële Embolisatie genoemd

Trans Arteriële Chemo embolisatie (TACE)                                                                                      Chemo-embolisatie (TACE) is een regionale chemotherapie bij uitzaaiingen in de lever. De chemotherapie wordt in kleine bolletjes met een slangetje via de slagader naar de lever gebracht. De bolletjes gevuld met chemotherapie blokkeren de bloedbaan en geven langzaam hun kankermedicijnen in de lever af. Het gevolg is dat de chemotherapie zo dicht mogelijk bij de uitzaaiingen in de lever terecht komt.

Trans arteriële radioembolisatie (TARE)                                                                                               Net als bij TAE en TACE wordt gebruikt gemaakt van kleine bolletjes die worden toegediend in de leverslagader, alleen dan geladen met radioactiviteit. Deze bolletjes zijn kleinere van bij TAE en TACE en komen dieper in de haarvaten van een tumor. Door het afsluiten van de vaten naar de tumor, krijgt de tumor geen bloed meer en wordt tegelijkertijd van binnenuit bestraald.

Verschil in werking tussen TAE, TACE en TARE                                                                       Embolisatie bij NET tumoren (TAE) is een stapsgewijze behandeling, waarbij eerst de ene helft van de lever wordt behandeld en een aantal weken later de andere helft. TAE is geschikt voor uitgebreide uitzaaiingen verspreid in de hele lever, maar kan ook op enkele leveruitzaaiingen worden toegepast.
De techniek lijkt hetzelfde, maar door de toevoeging van chemo bij TACE wordt de werking van de behandeling anders. TACE heeft bij traag-groeiende NET geen meerwaarde en kan door het gebruik van de chemo juist onnodige bijwerkingen geven. Daarnaast is deze behandeling meestal alleen maar voor 1 tot enkele leveruitzaaiingen geschikt. Een hele lever wordt meestal niet behandeld met TACE, omdat dit vaak leid tot complicaties van de galwegen.

Ook bij TARE lijkt de techniek hetzelfde en is net als TAE een stapsgewijze behandeling. Eerst wordt een proefprocedure uitgevoerd met een zeer lage dosering radioactief eiwit (MAA), zonder bijwerkingen. In deze eerste stap kunnen de artsen bepalen of de behandeling veilig kan plaatsvinden en uitrekenen welke dosering nodig is, om je een veilig en ook effectieve behandeling te geven. Tijdens een tweede procedure worden de echte radioactieve bolletjes toegediend en maken de artsen een scan van de bolletjes, om te zien waar ze precies terecht zijn gekomen. Deze behandeling kan naast enkele uitzaaiingen, ook de hele lever behandelen

In de kenniscentra voor NET kan de arts goed bespreken welke techniek geschikt is voor uw specifieke situatie.

Bijwerkingen
Na een levergerichte behandeling kunt u buikpijn ervaren, daarnaast kunt u last hebben van misselijkheid en braken. Deze verschijnselen verdwijnen meestal na 1 of 2 weken. Indien nodig kan de arts medicatie voorschrijven om een aantal bijwerkingen tegen te gaan.
Ook kan moeheid ontstaan door de schade in de lever, als gevolg van de behandeling. Daar moet het lichaam van herstellen. De moeheid kan een aantal weken tot 3 maanden aanhouden voor het lichaam zich weer hersteld heeft. Na de behandeling mag u zich gewoon inspannen en kunt alle activiteiten, die u gewend bent weer oppakken.

Omdat een interventie radioloog via de pols of lies naar de leverslagader gaat, is er altijd een kleine kans op een blauwe plek, ontsteking of nabloeding in de pols of lies. De eerste week na de behandeling moet u voorzichtig zijn, zodat deze plek goed kan herstellen. Hier zal de behandelend arts u meer over vertellen.

 

Algemene informatie                                                                                                                                     Bij deze behandelingen krijgt u vooraf een plaatselijke verdoving in de lies of pols. In principe bent u tijdens deze behandelingen dus bij bewustzijn. De duur van de ziekenhuisopname is kort maar kan bij elke patiënt wisselen. Dit is afhankelijk van hoe de behandeling is verlopen en welke bijwerkingen er optreden. In specifieke situaties wordt door een arts slecht 1 optie met u besproken, bijvoorbeeld; Mensen die een Whipple operatie (operatie alvleesklier) hebben ondergaan, komen alleen in aanmerking voor TARE.

Het is van belang om deze behandeling alleen te laten uitvoeren in een kenniscentrum voor NET omdat er goed rekening gehouden moet worden met de werking van de hormonen bij een functionele NET tijdens deze behandeling. Dit vergt veel kennis en ervaring met deze ziekte.

 

Meer informatie over leverembolisatie

Kijk voor meer informatie naar de film van de NET-groep over leverembolisatie